Zorgbeleid

“Zorg dragen”…

... een nooit eindigend verhaal …

Dat het schoolgebeuren complex is, hoeven we niet te vertellen. We vinden het belangrijk om jullie goed op de hoogte houden van het reilen en zeilen in het Gilo!

De ontwikkeling van de kinderen wordt door ons zorgteam op de voet gevolgd. Hoe en door wie dit gebeurt, welke stappen we zetten, hoe de ouders betrokken worden, … op al deze vragen lezen jullie hieronder het antwoord…

1. Het  “zorgbeleid” in een notendop

Onze school schenkt aandacht aan de zorg voor elk kind. Aan het zorgbeleid wordt gewerkt door het voltallige schoolteam i.s.m. het CLB.

De eerstelijnszorg gebeurt op klasniveau en de zorg voor kinderen krijgt er vorm door differentiatie, werken in niveaugroepen, contractwerk, hoekenwerk, …

Op schoolniveau worden de kinderen gevolgd vanaf de kleuterschool tot het einde van de lagere school. De school gebruikt hiervoor een kindvolgsysteem.  Via criteria voor de ontwikkeling in de kleuterschool en genormeerde testen voor taal en wiskunde in de lagere school volgt het schoolteam de ontwikkeling van de kinderen op de voet. Indien we problemen vaststellen, aarzelen we dan ook niet om hierover heldere informatie te geven aan de ouders. Samen met hen zoeken we een oplossing waar iedereen zich goed bij voelt.

De vorderingen van de kinderen en/of eventuele problemen worden besproken op een MDO. Aan de hand van de resultaten van deze besprekingen stellen we een leertraject voor de leerlingen op. Kinderen met een leer- of ontwikkelingsstoornis kunnen rekenen op extra ondersteuning.

De zorgcoördinator van de school staat in voor de coördinatie van het zorgbeleid op leerlingen-, klas- en schoolniveau.

Externe begeleiding door een revalidatiecentrum of een logopediste kan op aanvraag van de ouders en/of het schoolteam, na overleg met de betrokkenen.

2. Waarom een zorgbeleid?

Via het zorgbeleid streven wij ernaar om de ontwikkeling van elk kind zo goed mogelijk te volgen. Hiervoor hanteren wij in de kleuterschool en de lagere school een kindvolgsysteem (= KVS) dat los staat van de leermethodes die de juf/meester in de klas gebruikt en waarvan de resultaten niet gerapporteerd worden. De resultaten ervan worden besproken op een MDO en kunnen aanleiding zijn tot verdere ondersteuning van uw kind. Het eerste MDO vindt in oktober plaats.

3. Wat is een kindvolgsysteem? Wat zijn AVI – toetsen?

-> Voor de kleuterschool

We gebruiken het KVS. Aan de hand van scoringslijsten gaat de kleuterjuf na of uw kleutertje ontwikkelt volgens leeftijd.

In de 2de kleuterklas wordt de KOBI-TV afgenomen, dit is een taaltest. De TALK wordt afgenomen in de 3de kleuterklas voor die kinderen die minder scoorden.

In de 3de kleuterklas worden schoolrijpheidstesten “Toeters” afgenomen: deze geven aan of de kleuter voldoende ontwikkeld is om over te gaan tot het 1ste leerjaar. De resultaten van de “Toeters” bespreken we met de ouders op een oudercontact.

De “Kontrabas” nemen we af voor kleuters die zwak scoorden op de “Toeters” (rond mei).

 

-> Voor de lagere school

De lagere school gebruikt het KVS “VCLB” . Dit bestaat uit genormeerde toetsen die volgens bepaalde criteria afgenomen worden van de leerlingen uit de lagere school. Deze toetsen zijn getest op duizenden Vlaamse leerlingen en geven een beeld van de ontwikkeling van het kind. Daarnaast onderzoeken we eveneens het socio-emotioneel welbevinden van het kind.

De SALTO wordt in oktober afgenomen in het eerste leerjaar, dit is een taaltest.

AVI-toetsen zijn genormeerde toetsen om het leesniveau van de leerlingen te bepalen. Het leesniveau wordt via het rapport meegegeven. Dit kan u helpen om leesboekjes op leesniveau van uw kind te kiezen.

4. Wanneer worden de toetsen afgenomen ?

-> Voor de kleuterschool

De scoringslijsten worden systematisch overlopen en aangevuld door de juf, doorheen het schooljaar. De bespreking gebeurt op het MDO.

-> Voor de lagere school

De toetsen van het LVS worden afgenomen:

  • de derde week van september: in het 1ste leerjaar en voor alle nieuwkomers
  • de tweede week van februari: in alle klassen
  • op het einde van het schooljaar: in alle klassen behalve in het 6de leerjaar
  • deze worden voor een aantal kinderen niet afgenomen, na overleg met de verschillende betrokkenen

 

De AVI – leestoetsen nemen we af :

  • bij het begin van het schooljaar, voor het 2de, 3de en 4de leerjaar.
  • in februari : voor het 1ste, 2de, 3de en 4de leerjaar.
  • op het einde van het schooljaar: voor het 1ste, 2de, 3de en 4de leerjaar.
  • tussentijds: voor nieuwkomers of andere kinderen bij wie nodig.

 

5. Welke ‘leerstof’ toetsen we?

– In het 1ste, 2de, 3de, 4de leerjaar  lezen, rekenen, spelling
– In het 4de,5de en 6de  leerjaar rekenen, spelling

 

6. Wat doen we met de resultaten van de toetsen?

Op basis van het resultaat van de toets komen de leerlingen terecht in een zone van A tot E  :

– A – zone = zeer goed
– vanaf D -zone  = er is een probleem dat moet opgevolgd worden.

De resultaten en de acties die we nemen om de kinderen op te volgen bespreken we in een MDO (= Multi disciplinair overleg).

 

7. Lezen we de resultaten van deze toetsen in het rapport van ons kind? 

Neen. Het rapport geeft enkel de resultaten van de toetsen die bij de leermethodes van taal, wiskunde, W.O., Frans, … horen.

8. Hoe verloopt een MDO en wie maakt er deel van uit?

Op het MDO bespreken we :

  • de leerontwikkeling van de leerling op basis van het KVS, zowel voor kleuters als voor de lagere schoolkinderen
  • het welbevinden en de betrokkenheid van het kind

Het MDO gebeurt in overleg met :

  • de klasleraar van de leerling
  • de zorgcoördinator
  • de directeur
  • de psychologe en maatschappelijk werkster van het CLB
  • indien nodig de logopediste en/of een vertegenwoordiger van het revalidatiecentrum of andere instanties …

 

9. Wanneer en hoe worden ouders gecontacteerd? 

Als de resultaten van het KVS voor uw kind voldoende of goed zijn, hoort u hierover weinig of niets. Dit betekent dat de ontwikkeling van je kind normaal verloopt.

Indien de resultaten van de testen onvoldoende zijn of als het team zich vragen stelt bij  het socio-emotioneel welbevinden van een kind, worden binnen het MDO acties voorgesteld om op klasniveau ondersteuning te bieden. De klasjuf zal dan ‘eerstelijnszorg’ bieden : je kind krijgt extra aandacht op zijn/haar niveau. In een volgende stap kan de zorgcoördinator ingeschakeld worden.

Slechts als de draagkracht van de school ontoereikend is, adviseren we hulp van buitenaf : of logopedie of revalidatie of iets anders.

We verwijzen ouders door naar een andere onderwijsvorm als we vaststellen dat onze acties niet helpen bij de verdere ontwikkeling van het kind.

We lichten ouders steeds in over interventies die we ondernemen :

  • tijdens een informeel gesprek met de juf en/of directeur en/of zorgcoördinator
  • via een brief
  • tijdens het oudercontact
  • tijdens een formeel gesprek met het zorgteam en eventueel de klastitularis.

 

10. Vraaggestuurde testing 6de leerjaar.

In het zesde leerjaar werkt de klasleraar de brochure rond studieoriëntering naar het secundair onderwijs uit in samenwerking met het CLB. Als uit het MDO blijkt dat er twijfels zijn rond de studiekeuze van de leerlingen of als ouders hierom vragen, voert het CLB een vraaggestuurde testing uit. Hieruit wordt bepaald of de gemaakte keuze haalbaar is voor uw kind. Het resultaat van deze test bespreken de medewerkers van het CLB met de individuele ouders.

 

Elke dag werkt ons schoolteam aan een algemeen klimaat van zorgzaamheid voor alle kinderen zodat zij zich goed voelen op school en in de klas. Het zorgbeleid hoort tot de kern van een kwaliteitsvolle school.

 

Wij doen samen ons uiterste best om uw kind goed op te volgen en te begeleiden. Deze zorg wordt gedragen door het voltallige schoolteam. We doen een warme oproep naar jullie om  bij het vaststellen van problemen de school tijdig op de hoogte brengen zodat we het nodige voor uw kind kunnen doen.

Heb je nog vragen ? Je kan voor een antwoord terecht bij de directeur, de zorgcoördinator en het CLB van de school.

 

STICORDI-afspraken

STICORDI
staat voor: STImuleren – COmpenseren – Remediëren – DIfferentiëren. Als ouders en school een STICORDI-aanpak afspreken, helpt dat een kind met leerstoornissen erg vooruit.

De juiste aanpak verschilt van kind tot kind. De invulling van de STICORDI-afspraken gebeurt dus best op maat, in samenspraak met jou, de school, de ouders, andere begeleiders, het zorgteam, het CLB, …

Stimuleren = aanmoedigen: de sterke kanten van het kind benadrukken, begrip tonen voor z’n problemen, aanmoedigen om goed werk te leveren. Bijv.: de leerkracht Godsdienst verbetert de taal- en spelfouten in een toets niet in het rood. Het kind krijgt een compliment voor wat goed is in de test.

Compenseren = gelijk trekken, in balans brengen: het kind krijgt hulp of hulpmiddelen zodat het dezelfde resultaten kan bereiken als z’n klasgenootjes. Bijv.: het kind mag op de laptop werken en ADIBoeken gebruiken.

Remediëren = oplossingen en hulp op maat geven: het kind krijgt individuele begeleiding en aandacht. Bijv.: de leraar wijst het kind op fouten in een dictee, zodat het kind ze zélf kan verbeteren.

Differentiëren = zelfde leerdoelen en taken iets anders aanpakken: het kind hoeft niet alles op dezelfde manier te doen als de klasgenootjes. Bijv.: een kind moet niet hardop voorlezen in de klas.